Berekent de te bestellen Rx (prescription to order) voor de opgegeven kanteling en vertex-afstand
Refractie-afstand is standaard 12,5 mm; vul de werkelijke draagafstand in (gelijk laten = geen vertex-correctie). De tilt-hoek geldt bij een optisch centrum op pupilhoogte; is het OC al verlaagd (1 mm per 2°), voer dan alleen de overtollige tilt in. De middendikte wordt per glas automatisch bepaald: min-glazen 1,1 mm (praktijkminimum 1,0-1,2 mm), plus-glazen randdikte 0,65 mm + sag van de sterkste plus-snede bij een gemiddelde diameter van 62,5 mm; de gebruikte waarde staat per oog in het resultaat.
Tilt en wrap worden behandeld als één samengestelde kanteling om een schuine as (Keating 1995 / Harris 2006), met inverse Coddington-correctie op de vermogensmatrix. Deze rekenkern reproduceert OptiCampus (Meister) en Lens Shapers op 84 referentiegevallen binnen 0,01 D en 1°. Daarna vertex-correctie F' = F / (1 - d·F) per hoofdsnede, met de refractie-afstand vast op 12,5 mm.
Het geinduceerde prisma is het vormprisma door schuine inval ("prism by obliquity", Meister & Sheedy, Introduction to Ophthalmic Optics, EQ. 74): Δ = 100 · tan(θ) · (t/n) · F1, met t = middendikte en F1 = lenscurve. Omdat F1 altijd positief is, is de richting onafhankelijk van plus of min: basis-uit (BO) bij wrap en basis-onder (BD) bij tilt. Het prismablok in de bestelrij is deze exacte waarde, afgerond op de kwartstappen waarin prisma besteld wordt; dit verklaart ook de bekende lab-vuistregel 0,25/0,50Δ BI. Verticaal is het vormprisma in beide ogen gelijk (basis-onder) en heft het binoculair op zolang de tilt links en rechts gelijk is. Het decentratie-prisma (Prentice, alleen relevant als het OC niet voor de pupil staat) staat in het rekenpad. Basisrichtingen: BI = nasaal, BO = temporaal, BD = onder, BU = boven.
Controleer uitkomsten voor echte bestellingen tegen een erkende referentie (labsoftware); boven ±5 D domineren meetfouten in vertex en hoeken de onzekerheid.